Vervanging van de bruggepensioneerde
Indien het brugpensioen ingaat volgens één van de afwijkende stelsels die hierboven zijn beschreven, dient de werkgever de bruggepensioneerde te vervangen door een uitkeringsgerechtigde volledige werkloze. De arbeidsregeling moet daarbij ten minste een zelfde aantal arbeidsuren voorzien. Vervanging door twee uitkeringsgerechtigde volledig werklozen is eveneens mogelijk indien het totale aantal uren van beide samen dit minimum bereikt.
De indienstneming van de vervanger moet plaatsvinden ten vroegste drie maand voor de aanvang van het brugpensioen en ten laatste drie maand na de aanvang van het brugpensioen. De vervanger moet minstens 36 maanden in dienst blijven al kan de vervanger zelf vervangen worden door een andere uitkeringsgerechtigde volledig werkloze.
Heel wat situaties worden gelijkgestelde met 'uitkeringsgerechtigde volledig werkloze' zoals bijvoorbeeld sommige deeltijdse werknemers, personen met recht op een leefloon, mindervalide werknemers uit de beschutte werkplaatsen en personen die hun beroepsactiviteit hebben onderbroken en terug willen keren naar de arbeidsmarkt.
De vervanger mag in de zes maanden voor de aanvang van het brugpensioen niet bij de werkgever gewerkt hebben. Gebeurde deze tewerkstelling als bijvoorbeeld uitzendkracht, leerling, sommige deeltijdse werknemers of werknemers met een arbeidsovereenkomst van bepaalde duur, dan kunnen ze toch de bruggepensioneerde vervangen op voorwaarde dat hun aanwerving gebeurt met een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur. Ze kunnen ook slechts als vervanger aangeworven worden indien ze aanspraak zouden kunnen maken op werkloosheidsuitkeringen mochten ze hiertoe een aanvraag indienen.
De werkgever moet aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) het bewijs van de vervanging afleveren.
De directeur van het werkloosheidsbureau kan een vrijstelling van de vervangingsplicht toestaan. De werkgever moet daarvoor op objectieve wijze kunnen bewijzen dat er geen vervanger voorhanden is.
De Minister van Werk kan vrijstelling van vervanging voorzien aan ondernemingen die een vermindering van het personeelsbestand kennen. Het moet gaan om een structurele vermindering van het personeelsbestand en door de afwijken moet het ontslag van niet-bruggepensioneerden worden vermeden.
De minister van Werk kan eveneens vrijstelling van vervanging voorzien voor ondernemingen in moeilijkheden of in herstructurering, of in geval van sluiting van onderneming.
Als een werkgever niet overgaat tot de verplichte vervanging van een bruggepensioneerde, dan moet hij per niet (geldig) vervangen bruggepensioneerde een administratieve geldboete betalen.

Brugpensioen